Je collega presenteert een investeringsvoorstel en noemt een IRR van 14 procent. Iedereen knikt alsof het vanzelfsprekend is. Maar wat zegt dat getal eigenlijk, en hoe kom je eraan? De interne rentevoet duikt op in businessplannen en financiële analyses alsof de betekenis voor zich spreekt, terwijl de meeste uitleg stopt bij de definitie. Wij van Something.be gaan een stap verder: in dit artikel volg je een doorlopend rekenvoorbeeld dat je zelf kunt narekenen, zodat je het begrip echt begrijpt in plaats van alleen herkent.
Wat de IRR eigenlijk vraagt
Stel je voor: je stopt vandaag geld in een project. In de jaren daarna krijg je kasstromen terug. De IRR beantwoordt één specifieke vraag: bij welk jaarlijks rentepercentage is de huidige waarde van alle toekomstige kasstromen precies gelijk aan je initiële investering? Of anders gezegd: bij welk percentage is je nettoresultaat precies nul?
Dat klinkt abstract, maar het wordt concreet zodra je de link met de netto contante waarde (NPV) begrijpt.
De link met NPV die je nodig hebt
De NPV, of netto contante waarde, vertaalt toekomstige kasstromen terug naar vandaag. Een euro over drie jaar is minder waard dan een euro nu, omdat je die euro nu al zou kunnen beleggen met een bepaalde groeifactor. De NPV doet dat rekenwerk met een gekozen disconteringsvoet. Is de NPV positief, dan levert het project meer op dan je vereist rendement. Is hij negatief, dan te weinig.
De IRR is simpelweg de disconteringsvoet waarbij de NPV precies nul uitkomt. Je zoekt dus het percentage, niet de waarde.
Het doorlopende voorbeeld: de casus
We werken met één concreet project. Je investeert vandaag €10.000 (jaar 0). In de vier jaar daarna verwacht je de volgende kasstromen terug te ontvangen:
- Jaar 1: €2.500
- Jaar 2: €3.200
- Jaar 3: €3.800
- Jaar 4: €2.900
Alle kasstromen zijn positief na jaar 0. Dat is belangrijk, want daarmee vermijd je een valkuil die we later bespreken. De totale terugvloei is €12.400, dus er zit winst in, maar hoeveel op jaarbasis? Dat berekenen we nu.
Stap 1: Zet alle kasstromen op een tijdlijn
Begin altijd met overzicht. Jaar 0 is negatief omdat je investeert. De rest is positief.
| Jaar | Kasstroom |
|---|---|
| 0 | -€10.000 |
| 1 | +€2.500 |
| 2 | +€3.200 |
| 3 | +€3.800 |
| 4 | +€2.900 |
Stap 2: Kies een eerste schattingspercentage en bereken de NPV
We beginnen met een gok van 10 procent. De NPV-formule: deel elke toekomstige kasstroom door (1 + r) tot de macht van het jaar, en tel alles op inclusief de beginuitgave.
NPV bij 10%: -10.000 + 2.500/1,10 + 3.200/1,21 + 3.800/1,331 + 2.900/1,4641
Dat geeft: -10.000 + 2.273 + 2.645 + 2.855 + 1.981 = +€754
Positief, dus 10 procent is te laag. We moeten hoger zoeken.
Stap 3: Kies een tweede percentage en bereken opnieuw
We proberen 15 procent. Je hebt twee punten nodig om te kunnen interpoleren: één waarbij de NPV positief is en één waarbij hij negatief is. Dan ligt de IRR ergens tussenin.
NPV bij 15%: -10.000 + 2.500/1,15 + 3.200/1,3225 + 3.800/1,5209 + 2.900/1,7490
Dat geeft: -10.000 + 2.174 + 2.420 + 2.498 + 1.658 = -€250
Negatief. De IRR ligt dus ergens tussen 10 en 15 procent.
Stap 4: Interpoleer om de IRR te benaderen
De interpolatieformule ziet er zo uit:
IRR ≈ r1 + (NPV1 / (NPV1 – NPV2)) x (r2 – r1)
Invullen met onze cijfers: r1 = 10%, NPV1 = +754, r2 = 15%, NPV2 = -250.
IRR ≈ 10% + (754 / (754 + 250)) x (15% – 10%)
IRR ≈ 10% + (754 / 1.004) x 5%
IRR ≈ 10% + 0,751 x 5% ≈ 10% + 3,75% ≈ 13,75%
De benaderde IRR voor dit project is dus ongeveer 13,75 procent per jaar.
Stap 5: Controleer je uitkomst
Stop 13,75 procent terug in de NPV-formule. Je krijgt een waarde die dicht bij nul ligt, maar door afrondingen niet exact nul. Dat is normaal bij interpolatie. Voor een nauwkeuriger uitkomst gebruik je een tweede iteratieronde met percentages die dichter bij elkaar liggen, of je schakelt over naar een spreadsheet.
IRR berekenen in Excel of Google Sheets
In Excel of Google Sheets typ je simpelweg =IRR(waarden) waarbij je de reeks kasstromen selecteert van jaar 0 tot en met het laatste jaar. Voor ons voorbeeld: =IRR({-10000;2500;3200;3800;2900}) geeft een nauwkeurig resultaat van ongeveer 13,9 procent.
Let op de valkuil: de functie heeft een optioneel argument ‘schatting’. Laat je dat leeg, dan gebruikt Excel 10 procent als beginpunt. Bij complexe kasstromen met wisselende tekens kan de functie dan een verkeerd resultaat geven of een foutmelding tonen. Vul dan zelf een beginschatting in die al dicht bij het verwachte antwoord ligt.
Wat de uitkomst betekent: zo lees je de IRR
De beslisregel is eenvoudig. Vergelijk de IRR met je vereist rendement, ook wel de kapitaalkosten of hurdle rate genoemd. Is de IRR hoger, dan is het project financieel aantrekkelijk. Is hij lager, dan levert het project onvoldoende op.
Stel dat jouw organisatie een minimumrendement van 10 procent hanteert. Met een IRR van 13,9 procent zit je ruim boven die drempel. Het project is de moeite waard. Bij een hurdle rate van 15 procent zou je het laten vallen.
Drie situaties waarin de IRR misleidt
De IRR werkt goed in eenvoudige gevallen, maar heeft blinde vlekken. Wij van Something.be raden aan om altijd ook de NPV te berekenen als één van de volgende situaties van toepassing is.
Meerdere IRR’s bij wisselende tekens. Wanneer kasstromen afwisselend positief en negatief zijn, bijvoorbeeld bij een grote renovatie halverwege een project, kan de wiskundige vergelijking meerdere oplossingen hebben. Je krijgt dan twee of meer IRR-percentages, zonder dat duidelijk is welke geldig is.
Verschillende projectlooptijden. Een project van twee jaar met een IRR van 25 procent lijkt beter dan een project van acht jaar met 18 procent. Maar die vergelijking klopt niet zomaar: bij het kortere project moet je na twee jaar opnieuw investeren, en dan heb je een ander verhaal.
Schaalverschillen. Een project van €1.000 met een IRR van 40 procent levert €400 extra op. Een project van €100.000 met een IRR van 18 procent levert €18.000 extra op. De IRR zegt niets over absolute waardecreatie. De NPV doet dat wel.
De vijf stappen en de beslisregel op een rij
Voor wie het snel wil teruglezen:
- Stap 1: Zet alle kasstromen op een tijdlijn, jaar 0 negatief.
- Stap 2: Bereken de NPV bij een eerste geschat percentage.
- Stap 3: Kies een tweede percentage zodat je een positieve en een negatieve NPV hebt.
- Stap 4: Pas de interpolatieformule toe om de IRR te benaderen.
- Stap 5: Controleer door de gevonden IRR terug in de NPV-formule te stoppen.
Beslisregel: is de IRR hoger dan je vereist rendement, dan voeg je waarde toe. Is hij lager, dan doe je dat niet. Gebruik bij twijfel of bij complexe kasstromen altijd de NPV als tweede check.
De IRR is het rentepercentage waarbij je investering precies quitte staat. Het rekenwerk erachter verdient aandacht, want het getal zegt pas iets als je begrijpt hoe het tot stand komt en wanneer het misleidend kan zijn. Gebruik de IRR als vertrekpunt bij een investeringsbeslissing, niet als eindoordeel. Een spreadsheet openen en het zelf doorrekenen is geen overkill, het is precies hoe je grip krijgt op het getal.
