Een neuroloog die elektroden bevestigt op de arm van een patiënt voor een EMG-onderzoek

Wat is een EMG-onderzoek en hoe verloopt het in de praktijk?

Je hebt net een verwijsbrief gekregen voor een EMG-onderzoek en vraagt je af wat er precies gaat gebeuren. Gaat het pijn doen? Hoe lang duurt het? En wat zegt de uitslag je uiteindelijk? Een EMG is voor de meeste mensen onbekend terrein, waardoor onduidelijkheid over het verloop al snel oploopt. In dit artikel leggen we stap voor stap uit hoe het onderzoek verloopt, van voorbereiding tot bespreking van de resultaten, zodat je weet wat je kunt verwachten als je de onderzoekskamer binnenstapt.

Wanneer schrijft een arts een EMG voor?

Een EMG-onderzoek wordt aangevraagd als een arts vermoedt dat er iets niet klopt in de samenwerking tussen zenuwen en spieren. Veelvoorkomende aanleidingen zijn aanhoudende tintelingen of gevoelloosheid in handen of voeten, onverklaarbare spierzwakte, of het vermoeden van een zenuwbeknelling zoals bij een hernia of carpaal tunnelsyndroom. Ook bij mogelijke aandoeningen als ALS, neuropathie of spierziekten is het onderzoek een standaardstap in de diagnose. Kortom: als klachten neurologisch van aard lijken maar de oorzaak nog onduidelijk is, biedt het EMG vaak de ontbrekende informatie.

Wat meet een EMG precies, en wat niet?

De term ‘EMG’ wordt in de volksmond breed gebruikt, maar in de praktijk gaat het bijna altijd om twee afzonderlijke metingen die samen worden uitgevoerd.

De eerste is de zenuwgeleidingstest (NCS, van het Engelse Nerve Conduction Study). Hierbij meet de arts hoe snel en hoe sterk elektrische signalen door je zenuwen reizen. De tweede is het eigenlijke elektromyogram: een meting van de elektrische activiteit in de spier zelf, via een dunne naaldelektrode. Samen geven ze een compleet beeld. De NCS toont of de zenuw goed functioneert; het naald-EMG laat zien of de spier de signalen correct ontvangt en verwerkt. Een bloedtest of MRI kan dit niet vervangen, omdat die geen directe functie van zenuw of spier in real time meten.

Stap 1: voorbereiding thuis

Goede voorbereiding maakt het onderzoek soepeler. Was de huid van je armen en benen grondig, zonder bodylotion of crème op te brengen. Vettige huid vermindert het contact van de elektroden en kan de meting verstoren. Kies comfortabele, losse kleding waarmee de onderzoeker makkelijk bij je armen, benen of rug kan. Een korte broek of een loszittende blouse is ideaal.

Bespreek ook je medicijnen met de verwijzende arts. Bloedverdunners verhogen de kans op een klein bloeduitstortinkje na de naaldmeting, al is dit zelden een probleem. Je hoeft meestal niet nuchter te zijn, maar check dit bij twijfel.

Stap 2: aankomst en intake

Bij aankomst neemt de klinisch neurofysioloog of neuroloog eerst even de tijd om je klachten door te nemen. Op basis van dat gesprek bepaalt hij of zij welke spieren en zenuwen onderzocht worden. Niet elke EMG is hetzelfde: bij iemand met tintelingen in de ringvinger wordt een ander traject afgelopen dan bij iemand met zwakte in het been. Deze intake duurt doorgaans vijf tot tien minuten en is een belangrijk onderdeel van het onderzoek.

Stap 3: de zenuwgeleidingstest (NCS)

De NCS is het eerste deel van het onderzoek. De arts plakt kleine elektroden op je huid, op specifieke plaatsen langs de zenuwbanen die getest worden. Daarna krijg je via een elektrode korte, milde stroomstootjes. Die voelen aan als een snelle, lichte tik of een schokje, vergelijkbaar met statische elektriciteit. Onprettig, maar niet pijnlijk in de echte zin van het woord.

De apparatuur registreert hoe snel het signaal door de zenuw reist en hoe sterk de reactie is. Per zenuw zijn dat enkele seconden. Het totale NCS-deel duurt gemiddeld tien tot twintig minuten, afhankelijk van hoeveel zenuwen getest worden.

Stap 4: het naald-EMG

Na de NCS volgt het naald-EMG, het deel waar de meeste mensen tegenop zien. De arts brengt een dunne, steriele naaldelektrode in de spier. Die naald is dunner dan een gewone injectienaald, maar je voelt hem wel: een korte, stekende pijn bij het inbrengen, die snel wegtrekt.

Vervolgens word je gevraagd de spier te ontspannen terwijl de arts de elektrische activiteit in rust bekijkt. Daarna span je de spier licht aan op verzoek, zodat de arts het patroon van spiersignalen kan beoordelen. Per spier duurt dit één tot drie minuten. Soms worden vijf spieren gemeten, soms twintig, afhankelijk van de klacht. Het is eerlijk gezegd het meest oncomfortabele deel van het onderzoek, maar voor de meeste mensen goed te dragen.

Stap 5: afronden

Na de laatste meting worden de naalden verwijderd. De arts druk kort op de insteekplaatsen om kleine bloedinkjes te voorkomen. Soms blijft er een kleine blauwe plek achter, en de spieren kunnen de rest van de dag licht pijnlijk aanvoelen, vergelijkbaar met spierpijn na sport. Dat trekt binnen één tot twee dagen weg. Je kunt direct na het onderzoek weer normaal bewegen, autorijden en werken.

Hoe lang duurt een EMG-onderzoek?

Reken voor een standaard EMG op 30 tot 60 minuten. Bij een complexere klacht, waarbij veel spieren en zenuwen onderzocht worden, kan het oplopen tot 90 minuten. Het is verstandig je agenda daarna vrij te houden voor de rest van de ochtend of middag.

De uitslag lezen: wat betekenen die termen?

De uitslag bevat begrippen die op het eerste gezicht technisch klinken, maar goed te begrijpen zijn.

  • Normale geleiding: de zenuw stuurt signalen met normale snelheid en sterkte. Geen aanwijzingen voor zenuwschade.
  • Vertraagde geleiding: het signaal reist trager dan normaal. Dit wijst op beschadiging of beknelling van de zenuwbekleding (myeline), zoals bij een carpaal tunnelsyndroom.
  • Denervatie: de spier ontvangt onvoldoende signalen van de zenuw. Dit ziet de arts aan spontane elektrische activiteit in de rustende spier, en het wijst op schade aan de zenuwvezel zelf.

Een combinatie van vertraagde geleiding en denervatie geeft de arts waardevolle informatie over zowel de locatie als de ernst van het probleem.

Na het EMG: uitslag en vervolgstappen

In sommige ziekenhuizen bespreekt de arts de bevindingen direct na het onderzoek. In andere instellingen wordt een rapport opgesteld dat naar de verwijzende arts gaat, waarna die jou een afspraak geeft om de uitslag te bespreken. Dat kan twee tot drie weken duren, afhankelijk van de werkdruk van de afdeling. Wil je weten hoe dit bij jouw ziekenhuis werkt, vraag het dan gewoon bij aankomst.

De vervolgstappen hangen volledig af van de uitslag. Een mild carpaal tunnelsyndroom wordt vaak eerst behandeld met een spalk en fysiotherapie. Ernstigere zenuwschade kan een operatie of verdere neurologische evaluatie vragen. Bij een normale uitslag zoekt de arts een andere oorzaak voor je klachten.

Een EMG-onderzoek is intensiever dan een bloedprik, maar valt voor de meeste mensen mee in de praktijk. De onzekerheid vooraf is begrijpelijk, maar die verdwijnt grotendeels als je weet wat er per stap gebeurt. Wij van Something.be raden aan om vragen die je hebt kort op te schrijven en die bij de intake te stellen. De arts neemt daar de tijd voor. Na het onderzoek heb je meer informatie over wat er in je zenuw- of spierfunctie speelt, en dat is precies waarvoor je er bent.

Vorige blog

Wat is interactietechnologie en hoe verandert het de manier waarop je met apparaten omgaat?